Hoe je in een boek je persoonlijke verhaal effectief gebruikt

Persoonlijk verhaal in boek 1

Vroeger vond ik dat ik een boek moest uitlezen, of ik het nou erg goed vond of niet. Het voelde als opgeven als ik het niet deed. Misschien moest ik er nog ‘inkomen’ en werd het later wel beter. Dat was zelden zo, eigenlijk nooit. Al heb ik bij Umberto Eco’s ‘De naam van de roos’ tot de laatste bladzijde gehoopt dat het nog goed zou komen… Als ik nu een boek niet goed vind, leg ik het weg, zonde van mijn tijd.

Geschikte klant

Nu is ‘De naam van de roos’ geen slecht geschreven roman, integendeel, maar het is een boek dat ik niet leuk vind. En dat is prima, ieder zijn smaak. Ook bij ondernemersboeken werkt het zo, en dat is prettig. Als iemand jouw boek niet leuk vindt, dan is het waarschijnlijk ook niet een geschikte klant. Maar mensen die je boek wel leuk vinden, zullen jou ook leuk vinden en goede klanten kunnen worden. Er zit een mits aan: je moet wel een goed boek schrijven, anders vindt niemand het leuk en schrik je potentiële klanten af.

Goed geschreven

Een ondernemer die dat prima heeft gedaan, is candidacoach Yvonne van der Burg. Zij schreef ‘Heb jij Candida? Ik (k)ook!’. Je kan het niet leuk vinden, of het onderwerp kan je niet interesseren, maar het is wel goed geschreven. Het begint al bij de titel: het dekt de lading, maar maakt ook nieuwsgierig en trekt de aandacht met het ‘woordgrapje’. En er zit een belofte in de ondertitel ‘suikervrij en zonder E-nummers’.

Yvonne is vanuit haar eigen ervaring dit boek gaan schrijven, om anderen te helpen het speciale dieet te volgen om Candida (een schimmelinfectie) te bestrijden. En na het boek ontstond haar bedrijf.

Persoonlijk verhaal

Ze vertelt in het boek eerst haar persoonlijke verhaal, en dat doet ze in de vorm van een dagboek. Maand na maand lezen we hoe ze achter de oorzaak van haar klachten kwam en hoe ze het speciale Candida-dieet met succes is gaan volgen. De vorm die ze heeft gekozen, is sterk. Alsof je bij haar op de koffie bent en haar verhaal hoort: “Wat nu? Wat mag ik nog wel eten? Ik heb verdorie trek in koffie met een koek!” Je bént ook benieuwd naar haar verhaal, want kennelijk is het haar gelukt om van de Candida af te komen. Dat willen lezers met Candida ook. Ze kunnen zich in haar verhaal herkennen, en als Yvonne hen aanspreekt, dan willen ze wellicht ook door haar gecoacht worden. Vinden ze de toon niets, dan is ze ook geen goede coach voor hen.

Na het persoonlijke verhaal volgen hoofdstukken met algemene informatie over voeding. En ze geeft veel tips en recepten. Informatie waar je prima zelf mee aan de slag kunt als je het dieet moet volgen. Af en toe is Yvonne kritisch over wat er allemaal in voeding zit, of over de reguliere gezondheidszorg, maar het is nooit te dwingend.

Geen voorwoord

Heb ik dan niets aan te merken op het boek? Jawel, ik mis een voorwoord. Waarom heeft ze het boek geschreven, wat heb je er als lezer aan? Dat stukje duiding is wel nodig. Een voorwoord vertelt een lezer, samen met de titel en achterflap of hij het boek moet gaan lezen. Het kan mij net over de streep trekken, zie ook mijn blog ‘Is een voorwoord nodig?’.

Wat kun je van Yvonne’s boek leren? Dat het bij zo’n onderwerp en een bedrijf als het hare heel goed is om een persoonlijk verhaal te vertellen. Of zoals Yvonne het zelf schrijft: “Veel mensen zullen zich in mijn verhaal kunnen herkennen. Voor al die mensen heb ik mijn verhaal geschreven (…)” En tussen díe mensen kunnen haar potentiële klanten zitten.

Meer weten over Yvonne: www.candidacoach.nl

 

Dit is het eerste deel in de serie ‘Wat kun je leren van…’, waarin telkens een (ondernemers)boek wordt besproken en wat je van dit boek kunt leren bij het schrijven van je eigen boek.

 

Meer Boek voor je bedrijf? Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief. En ontvang gelijk ‘Boekbloopers’, met de vijf grootste valkuilen bij het schrijven van een ondernemersboek, en hoe je die kunt vermijden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *