Hoe Sneeuwwitje mij op de vingers tikte

Wat je áltijd moet doen voor je begint te schrijven

“Zou jij deze tekst willen herschrijven tot een leesbaar stuk?” Mijn dansdocent heeft weer een mooi verhaal voor de tweejaarlijkse voorstelling van haar balletschool bedacht: ‘Sneeuwwitje 2.0’. Een eigentijdse versie van het aloude sprookje. Natuurlijk wil ik daar een tekst van maken voor het programmaboekje.

Zóveel woorden?

Ik ga aan de slag met de ruwe tekst en maak er een lopend verhaal van. “Voor het programma is het wel leuk denk ik”, mailt mijn docent. Ik lees de twijfel in haar mail en begin zelf te twijfelen. Het is te lang concludeer ik al snel: ca. 750 woorden.

Dít had ik moeten doen

En dan denk ik: STOM. Ik ben iets totaal vergeten. Iets waar ik altijd mee begin met mijn klanten. Voor je begint te schrijven, bepaal je het doel van je tekst. Je weet dan wat je met je tekst moet doen, onder andere hoe lang het moet worden.

Zo is het goed

Ik had dat dus niet gedaan en ben direct begonnen met schrijven. Resultaat: een veel te lange tekst. Ik krijg een tik op de vingers van Sneeuwwitje, want zij wil snel kunnen worden gelezen, vlak voor de voorstelling begint. En in die korte tekst moet voldoende staan om de voorstelling (die anders is dan het oorspronkelijke sprookje) te kunnen volgen, maar het hoeft niet heel gedetailleerd. De bezoekers mogen ook nog een beetje verrast worden. Met dit doel in het achterhoofd kort ik de tekst in: nog geen 300 woorden. “Jaaa! Lekker vlot en duidelijk!”, krijg ik nu als antwoord van mijn docent.

Meer tips?

Ik denk dat ik het voorlopig niet meer vergeet om over het doel van mijn teksten na te denken. Wil je nog een paar handige tips om valkuilen bij het schrijven te vermijden? Als je je voor mijn nieuwsbrief inschrijft, krijg je gelijk een e-book met vijf tips. En daarna ontvang je via de nieuwsbrief regelmatig nieuwe tips. Je kunt je hier inschrijven.