‘Schrijven? Dat kan jij niet’ – over hoe je die kritische stem de baas wordt

 

boek schrijven met hulp van een schrijfcoach

Ik typte de kop boven dit stuk in, en toen bleef het stil op het scherm. Ik wilde schrijven over die kritische stem die iedereen in zijn hoofd heeft. Als schrijver kan die je behoorlijk dwarszitten. Dat was natuurlijk vragen om moeilijkheden. Ik heb ook zo’n stem, natuurlijk. En die liet ik al aan het woord in de kop, en als die eenmaal op dreef is… ‘Jij denkt dat jij daar een blog over kunt schrijven? Wát ga jij dan schrijven?’

Prompt verstomde mijn creatieve stem.

Ik greep naar mijn blocnote met ideeën voor blogs. Dan schrijf ik wel over wat anders. Ik scande mijn ideeën. Maar mijn creatieve stem liet zich toen weer horen: nee, zei die bij elk idee dat ik bekeek. (Interessante dingen, maar daar wilde ik nú nog niet over schrijven.) Mijn creatieve stem bedacht toen een list: ‘Schrijf op wat die kritische stem nu zegt.’ En in no time stonden deze eerste alinea’s op het scherm.

Het is misschien een geruststelling om te weten dat iedereen zo’n kritische stem heeft.

Ga je schrijven, dan zal die zich hoe dan ook laten horen. Al is dat dan misschien weer wat minder een geruststelling. Want hoe ga je daarmee om? Die stem kan je echt verlammen. Mijn tip: vooral niet te veel ernaar luisteren, laat die stem maar kletsen. En bedenk een list, zoals ik hierboven in de eerste alinea’s deed.

Dus stel dat jouw kritische stem zegt: ‘Wie wil dit nou van mij lezen, wat voeg ik toe?’, ga dan als volgt te werk:
1. Als je die stem hoort, luister dan niet te aandachtig. Wat helpt, is de stem een naam geven, bijvoorbeeld van die vervelende juf Miranda. ‘Ah, daar heb je Miranda weer.’ Dan voel je gelijk wat meer afstand.
2. Bedenk een list. Zo kun je tegen die Miranda zeggen: ‘Ik help mijn klanten heel goed en met mijn boek kan ik nog meer mensen met hetzelfde probleem helpen.’ En die ‘mensen’, dat zijn dezelfde soort mensen als je klanten. Dat is een prettig idee, want dat betekent dat je niet voor iedereen hoeft te schrijven, alleen voor diegenen die jij met jouw kennis een stap kunt laten zetten. Dat is voor hen heel waardevol, en zij willen jouw boek echt wel lezen.
En nou Miranda weer.

‘Denk jij echt dat jouw lezers dit interessant vinden?’ Mijn kritische stem, ik noem haar José, laat zich weer horen nu ik bovenstaand stuk heb getypt.
Nou José, dat vinden ze vast interessant, want alle schrijvers hebben last van een stem zoals jij en willen best weten hoe ik daarmee omga.

Zo, en nu is ze stil.